Onbeperkt je maagdarmkanaal volproppen – column

//Onbeperkt je maagdarmkanaal volproppen – column

Onbeperkt je maagdarmkanaal volproppen – column

Paul Postma doet een Turkse all inclusive-vakantie

Als marketeer begeef ik mij te weinig in gelegenheden waar de massa zich vermaakt.

Ik weet het, het getuigt van een ongepaste arrogantie, maar ik heb niet overal zin in. Terwijl ik toch bedenkingen heb tegen spreadsheet-marketeers die doelgroepen bedenken die meer op henzelf lijken dan op de klanten.

Wie z’n klanten wil leren kennen moet gewoon de tram nemen, of de trein. Dat doe ik dan weer wel. En nu was ik er toch, in zo’n gelegenheid.

Het uitzicht vanuit de hotelkamer komt overeen met het standaardplaatje van een vakantieaanbieding: 8 dagen all inclusive in Turkije, voor een prijs waar ik geen retourtje Istanbul voor kan kopen.

Ik had mij nooit zo gerealiseerd wat ‘all inclusive’ in de praktijk betekent. Een nieuw woord voor ‘vol pension’, zoiets. Dat is niet zo. Het betekent dat je de godganse dag via orale inname je maagdarmkanaal kunt volproppen. En niet met de geringste spijzen.

Ik val binnen in een megazaal met buffetten in dubbele S-vorm, zodat ik gelijk iedere oriëntatie verlies.

Een ober ziet mij verward ronddolen, en schiet te hulp om mij met kwieke pas wegwijs te maken in het doolhof van spijzen.

De keuzestress kan ik niet anders bedwingen dan door van alles maar wat te nemen tot het voedsel van het bord dreigt te rollen.

En dat is nog maar het begin. Op dit megaresort valt niets aan te merken. Of het moet zijn dat ik mijn kamer aanvankelijk niet kan vinden: nummer 5.000 zoveel was nergens op de vijfde verdieping te vinden. De receptie kan ik vervolgens ook niet meer vinden.

Noch op de eerste verdieping noch op de begane grond; die zagen er heel anders uit dan bij binnenkomst, leek het wel.

Voor de receptie blijk ik op de tweede verdieping te moeten zijn, en voor mijn kamer op de zevende. Alles is hier groot, indrukwekkend en overdadig: van het eten tot het gebouw.

Ik ben voldoende marketeer om te begrijpen dat dit concept mensen moet aanspreken: de overvloed overtreft de ergste begeertes. Alleen, je kunt nergens heen. Geen ommetje maken in een leuk plaatsje, wel naar het eigen strand en de eigen zwembaden. Waarom vind ik dit niks? Het heeft alles, maar het hééft niks.

Hoe moet ik de enquête invullen die mij bij thuiskomst wacht? Wat vind ik van de netheid, het eten, de service? En van ik weet niet allemaal wat? Ik zou niet weten wat er op aan te merken is, dus ik deel royaal tienen uit. En voor de afwisseling negens.

Maar dan de laatste vraag: hele managementteams worden erop afgerekend, de Net Promotor Score. ‘Zou u ons aanbevelen bij uw beste vrienden?’ Ik moet er niet aan denken; hier wil je nog niet dood gevonden worden. Dus je begrijpt: een één. En nu maar hopen dat het management daar niet op wordt afgerekend. Zij kunnen het ook niet helpen.

Lees hier de originele column op marketing online

2017-09-07T16:47:36+00:00 18 december, 2014|Actualiteit|